In deze website worden cookies gebruikt om de gebruiker de beste ervaring te bieden. Als u doorgaat met het gebruik van deze site, gaan wij er van uit dat u akkoord gaat met het gebruik ervan. Ga voor meer informatie, ook over hoe u de configuratie kunt wijzigen, naar ons beleid ten aanzien van cookies



Vlaggen van de Europese Unie

Spanje in de Europese Unie

Op 1 januari 1986 trad Spanje als volledig lid toe tot de Europese Unie. Het daaropvolgende jaar ondertekenden alle lidstaten de Europese Akte, hetgeen een duidelijke impuls voor de schepping van één binnenmarkt betekende en bovendien een uitbreiding van de bevoegdheden van het supranationale orgaan. Het integratieproces vorderde aanzienlijk na de ondertekening van het Verdrag betreffende de Europese Unie (Maastricht, 1992), hetgeen een vooruitgang in de economische en politieke integratie inhield. Zo betekende het verdrag de aanvaarding van diverse fasen van de Monetaire Unie en de schepping van de Centraal Europese Bank. Sindsdien heeft de Spaanse regering zich als hoofddoelstelling van haar economisch beleid erop toegelegd aan de genoemde voorwaarden te voldoen en deel uit te maken van de groep landen die, vanaf het eerste moment, de economische en monetaire unie vormen. Toen Spanje op 1 januari 1999 voldeed aan de vereiste economische stabiliteit, aanvaardde het land de gezamenlijke Europese munt samen met elf andere lidstaten van de EU. Op 1 mei 1999 trad het Verdrag van Amsterdam in werking, hetgeen een nieuwe vooruitgang in het Europese eenwordingsproces betekende, waarbij het communautaire beleid dat al in het Verdrag van de Unie aangegeven werd, versterkt werd, in het bijzonder middels de invoering van een werkbeleid en de schepping van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Eveneens bekrachtigden de lidstaten van de Europese Unie in december 2000 het Verdrag van Nice, dat de uitbreiding van de Europese Unie naar de landen van het midden en het oosten van Europa een stap dichterbij bracht. Dit verdrag streeft de aanpassing na van de Unie, haar instellingen en besluitmechanismen, aan een uitgebreid Europa van in totaal 27 lidstaten. Op grond van dit verdrag behoudt of verhoogt Spanje zijn specifieke gewicht afhankelijk van zijn bevolking en van zijn economisch gewicht in de EU. Desalniettemin was de meest beslissende stap die door de Europese Unie aangenomen werd de invoering van de euro als eenheidsmunt, die sinds 1 januari 2002 in het merendeel van de lidstaten in omloop is gebracht. Spanje heeft de Europese Unie sinds zijn toetreding in vier gelegenheden voorgezeten: in het eerste semester van 1989, in het tweede van 1995, in het eerste van 2002 en het eerste semester van 2010. In deze periodes waren de belangrijkste besluiten de goedkeuring van het “Rapport-Delors” dat de stap was voorafgaand aan het Verdrag betreffende de Europese Unie of van Maastricht in 1992 (tijdens het eerste voorzitterschap), terwijl het tweede Spaanse voorzitterschap samenviel met het besluit om de Europese munt euro te noemen. De grootste uitdagingen voor het Spaanse presidentschap van de Europese Unie in het jaar 2002 waren de strijd tegen het terrorisme, voortzetting van de economische en sociale hervormingen alsook de naleving van de kalender van de uitbreiding van de Unie. Tijdens het presidentschap van 2010 werd de toetreding van de EU tot het Europese verdrag van de rechten van de mens bewerkstelligd, ging het nieuwe plan voor de gelijkheid van vrouwen en mannen van start en werd besloten tot het Europese beschermingsbevel. De EU-initiativen waarin Spanje met name een rol heeft gespeeld zijn het definiëren en consolideren van het idee van het Europa van de burgers en de praktische implementatie hiervan (idee van het Europees burgerschap, het Europese paspoort, etc.); het voorstel van het sociale Europa, overeenstemmend met het idee van het economische en monetaire Europa: bescherming en toepassing van de economische en sociale samenhang van de Europese Unie en het scheppen van banen, als motor van deze samenhang; de nadruk op de ontwikkeling van het gezamenlijke Europese beleid op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, in het bijzonder in de strijd tegen de georganiseerde internationale misdaad, tegen de drugshandel en het terrorisme. Het gaat erom om geleidelijk een gezamenlijke “ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid” te vestigen; het ontwikkelings- en institutionaliseringsproces van de betrekkingen tussen de EU en Latijns-Amerika, waarvan de maximale vertegenwoordiging de Europese Ibero-Amerikaanse top van Río de Janeiro in 1999 is geweest; en uiteindelijk de politieke stabiliteit in het Middellandse-Zeegebied (versterking van de samenwerkingsbanden met de mediterrane landen uit Noord-Afrika, actief bemiddelingswerk in het vredesproces in het Nabije Oosten, de viering van de Conferentie van Veiligheid en Samenwerking in het Middellandse-Zeegebied, in Barcelona). Spanje speelt door haar inspanningen de samenwerking en ontwikkeling van de internationale relaties in het Middelandse-Zeebekken te versterken een fundamentele rol in het functioneren van de Unie voor het Middelandse-Zeegebied, waarvan Barcelona de zetel is.