In deze website worden cookies gebruikt om de gebruiker de beste ervaring te bieden. Als u doorgaat met het gebruik van deze site, gaan wij er van uit dat u akkoord gaat met het gebruik ervan. Ga voor meer informatie, ook over hoe u de configuratie kunt wijzigen, naar ons beleid ten aanzien van cookies



Spanish parliament building. Madrid

Bestuursorganen

Bestuursorganen

Spanje is sinds 1978 een democratie waarvan de hoogste vertegenwoordiging de Spaanse Kroon is. De drie nationale machten, de uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke macht, zijn gebaseerd op voorname instellingen met sterk afgebakende functies.

De Spaanse grondwet vormt de basisregelgeving van de politieke organisatie van de Spaanse natie. Deze werd per referendum van 6 december 1978 goedgekeurd door de Spanjaarden en trad op 29 december van datzelfde jaar in werking. Spanje vormt een sociale en democratische rechtsstaat die als hoogste waarden van zijn rechtsstelsel vrijheid, rechtspraak, gelijkheid en politieke pluralisme voorstaat. De Grondwet zelf is het resultaat van een consensus tussen de politieke machten die deze hebben opgesteld. De Magna Charta omvat een kader van grondrechten en openbare vrijheden voor alle burgers, met versterkte garantie en met effectieve bescherming ten overstaan van de gewone rechtbanken of onder bescherming van het grondwettelijk hof. Op deze wijze heeft het Spaanse politieke systeem het beleid opgegeven zich staande te houden middels de buitengewone machten die tot die periode aan Francisco Franco toegekend waren, en is het geworden tot een parlementaire monarchie, waarin de soevereiniteit bij het volk ligt. De Spaanse Kroon is de hoogste instelling, vertegenwoordigt door de koning, die tegelijkertijd staatshoofd is. De koning leidt de reguliere werking van de instellingen, neemt de hoogste vertegenwoordiging van de Spaanse staat op zich in de internationale betrekkingen en oefent de functies uit die de grondwet en de wetten hem toekennen. De grondwet bevestigt het scheidingsprincipe van de staatsmachten in drieën: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. De wetgevende macht komt toe aan de Cortes Generales (Eerste en Tweede Kamer), die bovendien de controle uitoefenen over de handelingen van de regering (uitvoerende macht) en de staatsbegroting goedkeuren. Deze bestaan uit twee kamers: Congreso de los Diputados, (de Tweede Kamer) en de Senado, (Eerste Kamer). De premier wordt door de koning voorgesteld en wordt gekozen na vernieuwing van de Eerste en de Tweede Kamer. Het grondwettelijk hof houdt zich bezig met het bewaken van de grondwettelijkheid van de wetten en het oplossen van conflicten die zich tussen de autonome regio’s en de staat voordoen. De grondwet van 1978 betekende de breuk met een model van een gecentraliseerde organisatie en heeft in slechts 20 jaar een voortdurende en belangrijke overdracht van bevoegdheden vanuit het centrale landsbestuur ten gunste van de autonome regio’s bewerkstelligd, die Spanje in één van de meest gedecentraliseerde landen van Europa heeft veranderd. Met deze nieuwe staatsindeling hebben de Spanjaarden een eigen en unieke formule gevonden waarmee het mogelijk is om de eenheid van het land garant te stellen door tegelijkertijd een traject te creëren waarin alle politieke, sociale en culturele verscheidenheden die de Spaanse historische werkelijkheid verrijken zich harmonisch kunnen ontwikkelen. De territoriale organisatie toont een verdeling in provincies en een andere, hogere indeling, in autonome regio’s, die een reeks bevoegdheden hebben verkregen die van de ene tot de andere autonome regio verschillen. Er bestaan vandaag de dag 17 autonome regio’s: Andalusië, Aragon, Asturië, Balearen, Canarische eilanden, Cantabrië, Castillië en Leon, Castilië - La Mancha, Catalonië, Extremadura, Galicië, Madrid, Murcia, Navarra, Baskenland, La Rioja en Valencia. Daarnaast vormen Ceuta en Melilla twee steden met een autonoom statuut. De autonome regio’s hebben als basisonderdelen van hun organisatie een parlement en een autonome regering. De grondwet bevat naast de staat en de autonome regio’s een derde ambtelijk apparaat voor het bestuur van de eigen belangen, namelijk het plaatselijk bestuur. Tegenwoordig bestaan er in Spanje 50 provincies en 8.116 gemeenten. De Spaanse grondwet bepaalt dat de politieke partijen een politiek pluralisme vertegenwoordigen, bijdragen tot vorming en uiting van de wensen van het volk en dat zij het hoofdinstrument zijn voor deelname aan de politiek. De belangrijkste politieke partijen die vandaag in Spanje bestaan, zijn de Volkspartij, de Spaanse Socialistische Arbeiders Partij, Verenigd Links en diverse nationalistische partijen die een grote relevantie hebben in de dagelijkse politiek, zoals de Nationalistische Baskische Partij, ERC, Convergentie en Unie of het Nationalistische Galicische Blok. Daarnaast erkent en garandeert de Spaanse grondwet het recht op vakbondsvrijheid en het vrije lidmaatschap van een vakbond, het recht op collectieve arbeidersonderhandelingen tussen vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers en het recht op staken van de werknemers ter verdediging van hun belangen in de vakbondsorganisaties. In Spanje onderscheiden zich de Algemene Unie van Werknemers, de Vakbondsconfederatie van Arbeiderscommissies en de Arbeiders Vakbondsunie.