|
 |
|
|

 |
Selecteer de bestemming die u wilt bekijken |
|
|
|
Bergachtige regio
De autonome regio Catalonië bevindt zich in het noordoosten van het Iberisch Schiereiland en ligt aan de Middellandse Zee. In het noorden grenst ze aan Frankrijk en Andorra; in het oosten aan de Middellandse Zee; in het zuiden aan de autonome regio Valencia; en in het westen aan Aragón.
De Catalaanse kust vertoont twee verschillende profielen. Aan de ene kant vinden we steile kusten en diepe baaien, voornamelijk noordwaarts, waar de bergen de kust benaderen. Aan de andere kant vinden we grote, effen en brede stranden, voornamelijk zuidwaarts. Het verschil tussen het noord en het zuiden is echter niet radicaal afgebakend en we kunnen beide profielen langs de gehele kust vinden. Zo vinden we bijvoorbeeld ten zuiden van Tarragona, bijna in de provincie Castellón, opnieuw steile kusten wegens de nabijheid van het bergmassief van Montsià.
De belangrijkste landschapselementen aan de kust zijn: de kaap van Creus, de baai van Cadaqués, de kaap van Norfeo, de kaap van Falcó, de golf van Roses, de landtong van Trencada, de Medes eilanden (tegenover de monding van de rivier de Ter), de kaap van Begur, de kaap van San Sebastián, de Maresme, de stranden van Castedefells, de rotskust van de Garraf, de stranden van Sitges, de kaap van Salou, de delta van de Ebro, de kaap van Tortosa en de eerder vermelde kustuitlopers van Montsià.
Eén van de mooiste en meest ontwikkelde gebieden vanuit woon- en toeristisch oogpunt is de Costa Brava, die zich over de kust van Gerona uitstrekt, vanaf de kaap van Creus, in het noorden, tot aan de monding van de rivier de Tordera, in het zuiden.
In het algemeen vertoont de autonome regio een zeer diverse orografie, van grote gebergten tot vruchtbare dalen en ruime rivierbeddingen.
De Catalaanse orografie bestaat uit drie grote systemen: de Pyrenese bergketen, de mediterrane bergketen, en tussenin, de centrale vlakte.
De Pyreneeën bakenen de regio in het noorden af, van west naar oost. De Pyreneeën zijn ook opgesplitst in twee delen: de Pyreneeën (die de centrale as volgen) en de voorgebergten van de Pyreneeën, die de parallele uitlopers zijn van de Pyreneeën. De hoogste toppen zijn de Puig Pedrós (2.911 m), de Puigmal (2.913 m), de Els Encantats (2.982) en de Pica d'Estats (3.143 m).
Loodrecht op de as van de Pyreneeën liggen vele loofrijke dalen die zich zuidwaarts uitstrekken.
In de mediterrane bergketen zien we twee bergketens die parallel aan de Middellandse Zee lopen: de hogere Prelitoral (voor de kust) (Turó de l'Home, 1.712 m) en de Litoral (aan de kust) (Montnegre, 763 m), die tot aan Campo de Tarragona doorloopt.
De centrale vlakte kan beschouwd worden als een verlenging van de Ebro-vlakte, maar is niet zo vlak als deze laatste. De centrale vlakte is getrapt en gaat van 100 m tot 1.000 m hoogte.
De rivieren in Catalonië zijn merendeels kort en hebben een laag debiet, ze ontspringen in de Pyreneeën en monden uit in het Ebro-bekken. De meest opvallende rivier van dit bekken is de Segre.
De Ebro komt in Fayón Catalonië binnen en mondt uit in de Middellandse Zee, nadat deze zich heeft gevoed met het water van de Segre, de twee Nogueras, de Ciurana en de Galera. Bij haar uitmonding in de zee vormt de Ebro een uitgestekte delta.
|